Foto: Arjan Lammerts
Voor de januari editie van de alumni nieuwsbrief spraken wij de Nederlandse Fulbright alumna Lilian Kreutzberger. Zij studeerde in 2011 met een NAF-Fulbright beurs voor Beeldende Kunsten aan Parsons School of Design, the New School. Haar solotentoonstelling, RAUHFASER, te zien in het Kröller-Müller Museum tot 1 maart 2026, is een gelaagde presentatie die zich uitstrekt over vier zalen en vragen onderzoekt over digitale realiteit, materialiteit, geestelijk welzijn en verdriet. Een mooie aanleiding om haar te interviewen en haar te vragen naar haar beursperiode, haar kunstwerken en haar werk in Den Haag in de Schilderswijk.
Kun je jezelf kort voorstellen?
Mijn naam is Lilian Kreutzberger. Ik heb de NAF-Fulbright beurs ontvangen in 2011 voor mijnmaster in Fine Arts voor Beeldende Kunsten aan Parsons School of Design, the New School.
Waarom heb je voor Parsons gekozen?
Ik heb bij meerdere scholen toelating gedaan en ben destijds bij twee of drie toegelaten, waarvan één ook met een beurs. Waar ik bij de andere programma’s mij niet uitgedaagd voelde, kwam Parsons conceptueler en iets maatschappelijker over. Daarom heb ik voor Parsons gekozen.
Wat heb je gedaan na je afstuderen?
Ik ben nog vijf jaar in New York gebleven, eerst op een werkvisum, waarbinnen ik ook werkzaamheden heb gedaan voor de Netherland-America Foundation in New York. Daarna ontving ik een 01 artist visum en heb ik een aantal jaar mijn kunstpraktijk beoefend in een atelier in Brooklyn, aangevuld met een aantal artist-in-residencies: gratis atelier en/of een stipendium om gedurende een aantal maanden aan nieuwe kunstprojecten te werken, zoals Socrates Sculpture Park, Eyebeam en ISCP.
Uiteindelijk ben je teruggekeerd naar Nederland
Ja, ik ben in 2015 teruggekomen naar Nederland voor een postgraduate studie aan de Jan van Eyck Academie in Maastricht. Het terugkomen naar Nederland heb ik onderschat en overschat. Enerzijds is terugkomen naar Nederland heel praktisch: je verhuist spullen, sluit je bankrekening, neemt afscheid van vrienden en stapt op een vliegtuig. Maar je laat ook alles wat je hebt opgebouwd en gewend bent achter, je sociale en professionele netwerk, een bepaald levensgevoel en urgentie die in de stad leeft. En wat je in Nederland nog over hebt, is eigenlijk heel erg dun. Dus ik had als plan via een tussenstap bij de Jan van Eyck Academie naar Nederland terug te komen, waarbij je heel beschermd in een programma allemaal nieuwe mensen ontmoet, om pas daarna definitief terug te verhuizen naar Den Haag. Ik heb dus eerst een jaar in Maastricht gewoond, dus van de grootste in New York naar klein in Maastricht in een bijna dorpse setting.
Was de terugkeer naar Nederland en Maastricht een cultuurschok?
Ja, ik denk het best wel, maar het is heel raar, want dat verwerk je niet zo direct. Maar je maakt natuurlijk een heel grote verandering en de impact daarvan, dat voel je eigenlijk op dat moment helemaal niet. Maar eenmaal terug in Den Haag heb ik wel jaren nodig gehad om mij opnieuw in te bedden.
Heb je iets wat je op Parsons hebt geleerd, wat je nu nog steeds gebruikt in je huidige praktijk en werk?
Ja, alles! Ik denk dat ik geen kunstenaar meer was geweest als ik geen master beeldende kunst aan Parsons had gevolgd. Een jaar voor mijn studie verhuisde ik naar New York. Ik was de spanning rond het verkrijgen van een visa zat, en meldde mij aan voor een Master. Toen ik werd toegelaten moest ik echt beslissen of ik dit wilde. En toen dacht ik, als ik dit nu niet ga doen, dan stop ik binnenkort met kunstenaar zijn.
Hier in Nederland was ik destijds nog heel erg getraind in een schildermedium en heel erg vanuit je eigen emoties dingen maken. Ik zag dat ik mijn praktijk verder moest uitbreiden maar had nooit geleerd hoe ik dat kon doen. Die nieuwe methode en nieuwe manieren om uitingsvormen te vinden voor mijn interesse heb ik geleerd aan Parsons, the New School for Design. Bij Parsons heb ik theory-based leren werken. Dus je reageert niet alleen maar op kunst en op beeldtaal, maar je ontwikkelt ook echt ideeën vanuit teksten. En omdat het programma onderdeel is van een grote universiteit, kon ik ook vakken volgen bij de andere afdelingen. Dat was voor mij een unieke situatie.
Dan weer even terug naar nu. Wat doe je tegenwoordig?
Ik ben nog steeds kunstenaar, en ik werk daarnaast ook bij een kunstschool in de Haagse Schilderswijk, de Art-S-Cool. Daar heb ik het buitenschoolse programma Future Institute of Art opgezet. De Schilderswijk is één van de aandachtswijken van Den Haag. Het is een hele diverse wijk met veel sociale woningbouw en verschillende nationaliteiten. Ik woon er zelf ook. De wijk kent ontzettend veel organisaties, vanuit de bewoners, die proberen de wijk beter te maken. Dat zie je ook terug in positieve berichtgeving in het nieuws wanneer er iets aan de hand is in de wijk. Er is veel talent in de wijk. En dat talent vindt niet altijd zijn weg naar de juiste opleidingen. De oprichter van Art-S-Cool, Laura van Eeden, heeft 15 jaar geleden de school opgezet met het idee om daar een oplossing voor te bieden, of in ieder geval aan de kansengelijkheid bij te dragen. Art-S-Cool geeft 60 kunstlessen per week, waarvan drie vaste lesdagen voor jongeren tussen de 12 tot 21 jaar. Het programma Future Creators is voor jongeren die minder geïnteresseerd zijn in tekenen en kunst, maar die je met meer toegankelijke opdrachten wel meekrijgt. Dus een t-shirt ontwerpen of bijvoorbeeld een tapijt gaan tuften.
Momenteel ben ik bezig met een haalbaarheidsonderzoek in opdracht van de gemeente om de mogelijkheid voor een gebundelde maakplaats in Den Haag te onderzoeken. Hier ben ik zo enthousiast over en tegelijk is de noodzaak voor kinderen en jongeren en voor professionele makers en kunstenaars zo hoog, dat ik daar veel aan werk.
En daarnaast ben je dus ook nog kunstenaar.
Correct, bestaat naast elkaar. Je hebt natuurlijk de afgelopen tijd en in Amerika helemaal veel gesprekken over inclusiviteit en dat vind ik altijd echt ontzettend leeg als dat niet wordt verbonden aan concrete acties. Ik geloof veel meer dat je dat ook gewoon moet doen. Alleen in mijn kunstenaarschap past het niet bij mijn interesse gebied, dus ik doe dat via Art-S-Cool.
Recent werk als kunstenaar: je hebt nog tot 1 maart 2026 een tentoonstelling in het Kröller-Müller museum?
Het is een solotentoonstelling die heet RAUHFASER. Die loopt vanaf september 2025 tot 1 maart 2026, super mooi. Ik heb daar de afgelopen twee jaar nieuw werk voor ontwikkeld. En daarbij is de basisgedachte of speculatie waar ik van uitga, is dat de toekomst is zoals het digitale beeldscherm. Dus ik stel mij bijvoorbeeld voor dat alles is bedekt met een digitale huid, bijvoorbeeld uit micro led of met virtual reality; een fysieke omgeving die steeds meer mengt met een digitale werkelijkheid. En om een simpel voorbeeld te geven: een tafel hoeft niet meer van hout te zijn, het kan ook een afbeelding zijn van hout en die kan op het volgende moment veranderen in marmer of in iets anders. En vanuit die gedachte probeer ik werken te maken. En daarbij denk ik ook na over hoe het eruit zou zien als de wereld is zoals het digitale en zijn er al gebieden die daarop lijken. Dus wat je heel erg merkt is dat in de digitale omgeving het private en publieke compleet door elkaar heen mengen, zoals bijvoorbeeld reclames in je e-mail. Het bestaat dus ook al in het echte leven.
In New York heb je bijvoorbeeld privately owned public spaces. Dat zijn van die gebieden waar in eerste instantie een soort van verruiming aan reglement wordt gegeven aan de projectontwikkelaar als zij ook iets voor de publieke ruimte doen. En na een tijdje wordt er dan vergeten dat er publieke ruimte was en wordt die ruimte steeds meer privaat ingenomen, waarbij de regels over hoe je je moet gedragen ook diffuus worden. Dat is ook een inspiratiebron geweest. Voor de tentoonstelling heb ik onder andere samengewerkt met de Belgische schrijver Lize Spit. Zij heeft voor een van de kunstwerken twintig mensen geïnterviewd die EMDR traumatherapie hebben gevolgd, en heeft daar vervolgens een tekst van gemaakt.
Heb je advies voor mensen die nu een kunstopleiding willen gaan doen, en denk je dat daar voldoende werk voor is?
Nee, nooit. Echter, ik denk altijd, als je een kunstnerd bent en je hebt altijd al je hele leven kunst gemaakt en dat is het allerleukste wat je kan doen en wat je wilt doen, dan maakt het helemaal niet uit of er daarna vraag is naar dat wat jij te bieden hebt. Dat vraag ik me ook af als je gratis kunstlessen aan kinderen uit aandachtswijken aanbiedt. Je doet iets waar je heel erg in gelooft en waar je blij van wordt. En ja, daarvan zal misschien tien procent redelijk succesvol zijn, ergens in zijn of haar carrière, of misschien twintig procent, maar daaromheen zit natuurlijk een hele schil. Ik denk dat het creatieve proces wat je aanleert op de academie, dat dat iets is wat een soort van levenshouding is die op heel veel gebieden heel vruchtbaar is en wat ook bijdraagt aan je weerbaarheid. Dus je leert een idee te hebben, daar referenties bij te zoeken, verschillende dingen uit te proberen, het tien keer fout te doen en dan het nog een keer uit te proberen, daar iets uit te leren en dan langzamerhand iets te bouwen wat wel gaat werken. En ook in de toekomst, waarin AI steeds dominanter gaat worden, blijft creatief denken, verbanden leggen en dat proces door kunnen lopen, denk ik essentieel. Dat geldt voor elk vakgebied. Je moet als kunstenaar ontzettend weerbarstig zijn om het vol te houden, ook op de academie en ook om van een idee vanuit jezelf gemotiveerd te zijn om iets aan te zetten. Het zijn allemaal kwaliteiten die je ook op andere gebieden kunt gebruiken.
Waar haal jij zelf je inspiratie vandaan?
Uit beeldmateriaal, uit materiaal en techniek, uit dingen die je leest, uit gesprekken, uit dingen die er in de maatschappij gebeuren en dat bouwt zich allemaal op en in je intuïtie/onderbewuste waar je heel veel dingen meer met elkaar kan combineren en veel meer verbanden kunt leggen. Bijvoorbeeld microled en ledpanelen, digitaal 3d modellen bewerken, maar ook de grenzen uitrekken van wat er mogelijk is met keramiek vind ik spannend. Mijn achtergrond is in de schilderkunst dus, ik vind noties interessant omtrent wat echt is en een huid is die refereert naar de werkelijkheid, en hoe die zich verhouden tot elkaar. En natuurlijk gewoon uit het leven. Dus bijvoorbeeld de titel van de tentoonstelling Rauhfaser, dat natuurlijk verwijst naar een behang, maar fonetisch klinkt dat ook als een periode van rouw. En voor mij is de afgelopen paar jaar een redelijk moeilijke periode geweest, waarin rouw echt wel centraal heeft gestaan. Dus dat neem je wel mee. Persoonlijk, in de manier waarop ik werk, probeer ik altijd wel een soort van afstand te creëren doordat je heel poëtisch werk maakt. Niets is direct wat het is, maar je zoekt andere dingen om het wel over te brengen.
De tentoonstelling Rauhfaser is nog te zien tot 1 maart 2026.









